Bijbels Gezegd!

“We verstaan dat niet”, “dat is te moeilijk geschreven” en “die taal is verouderd” zijn enkele voorbeelden van hoe mensen Bijbelse teksten omschrijven. De taal van de Bijbel is ons niet meer eigen. Maar is dit werkelijk zo?

De Bijbel is in de Nederlandse taal verweven dankzij talrijke spreekwoorden en uitdrukkingen. Echter, herkennen we deze nog als Bijbels? In ‘Bijbels gezegd’ nemen we de Nederlandse taal onder de loep en gaan op zoek naar de Bijbel in onze taal.

Bij de start van deze zoektocht bleek al snel dat de Bijbelse spreekwoorden en uitdrukkingen in onze taal zo goed als ontelbaar zijn, daarom maakte Thomas voor u een selectie van enkele van de meest gekende Bijbelse spreekwoorden en uitdrukkingen.

Hieronder enkele spreekwoorden en uitdrukkingen:

Aan de vruchten kent men de boom

‘Aan de vruchten kent men de boom’ is een spreekwoord dat zijn oorsprong vindt in Mattheüs 7:17-18: “[17] Zo draagt elke goede boom goede vruchten, maar een slechte boom draagt slechte vruchten. [18] Een goede boom kan geen slechte vruchten dragen, evenmin als een slechte boom goede vruchten dragen kan.” De betekenis hiervan is dat karakter zich toont in daden en dat in kinderen vaak de ouders herkend kunnen worden.

Oog om oog, tand om tand

“Oog om oog, tand om tand” is een veel gebruikt spreekwoord uit de Bijbel, meer bepaald uit Exodus 21:24: “Een oog voor een oog, een tand voor een tand, een hand voor een hand, een voet voor een voet.” De betekenis van dit spreekwoord is wraak nemen, vergelding. Graag leggen we hier de nadruk op de context van Exodus 21 waar men juist de persoonlijke wraak wil tegengaan (MIJ komt de wrake toe, zegt de Heer – niet u dus) en waar men aan rechters oplegt een boete te eisen in overeenstemming met het ondergane onrecht. Men mag zich dus niet laten meeslepen door de ‘schone ogen’ van de dader: oog om oog, striem voor striem … Het kwaad moet tot stilstand gebracht worden, en ook de dader moet zich kunnen herkennen in de straf.

In zak en as zitten

Wanneer iemand in zak en as zit begrijpen wij dat als iemand die ongelukkig is. In Esther 4:1-3 lezen we het volgende: “[1] Mordekai vernam wat er gebeurd was en scheurde zijn kleren doormidden, hulde zich in zak en as en ging de stad in, luidkeels en bitter wenend. [2] Voor de koninklijke poort bleef hij staan, want in rouwkleren mocht men de koninklijke poort niet binnen. [3] Ook in al de provincies waar het besluit en het bevel van de koning bekend werd, maakten de Judeeërs groot misbaar; zij vastten, weenden en jammerden, en velen lagen op zak en as.”

Zondebok

Het Nederlandse woord ‘zondebok’ is afkomstig uit Leviticus en wijst op iemand die overal de schuld van krijgt. Leviticus 16:21: “[…] en zal daarop al de ongerechtigheden der kinderen Israëls, en al hun overtredingen, naar al hun zonden, belijden; en hij zal die op het hoofd des boks leggen, […] God draagt Aäron op alle zonden van het volk op een bok te leggen en die vervolgens de woestijn in te sturen.”

De eerste steen werpen

Wanneer in het evangelie van Johannes een vrouw beschuldigd wordt van overspel en daarom gestenigd zou worden, zei Jezus het volgende: “[7] Toen ze op een antwoord bleven aandringen, keek Hij op en zei: ‘Wie van u zonder zonde is, moet dan maar als eerste een steen op haar werpen.’” (Joh. 8) De betekenis van deze uitdrukking is dat eer je iemand veroordeelt, je eerst naar jezelf moet kijken.

 Voor meer spreekwoorden en uitdrukkingen verwijs ik u naar de link hieronder:

 

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *