Vaders thuiskomst

Wie van jullie heeft een vader thuis? Is hij streng, of valt het best mee? Wat zijn de leuke dingen die jullie samen doen? Sommige kinderen hebben een vader, maar hij woont niet thuis, hij woont  ergens anders en heeft, behalve hen, nog andere kinderen. Zo is het ook in het verhaal dat ik jullie vandaag zal vertellen.

Aan een eenzame weg stond een klein, armoedig huisje. In dat huisje woonden  een arme moeder en haar twee kinderen, Ankie en Richard. Hun vader had een probleem, hij dronk veel alcohol en was een erg opvliegende man. Een half jaar geleden was hij, na een kleine ruzie thuis, in dronken toestand weggelopen. Sindsdien hadden ze niets meer van hem gehoord. Hij belde niet, hij kwam ook helemaal niet meer thuis. Dat maakte mama, Ankie en Richard erg verdrietig. Wanneer zou hij terugkomen? Of was hij niet meer van plan thuis te komen? Altijd maar dezelfde vragen. Niemand echter, kon hier antwoord op geven.

Misschien heb jij er ook zo vaak naar verlangd dat je vader weer thuis zou komen. Of dat je ouders geen ruzie meer zouden maken, maar lief zouden zijn voor elkaar.  Moeder, Ankie en Richard waren heel erg verdrietig.

Het oude klokje op het dressoir sloeg acht uur. Moeder legde de kleren die ze aan het strijken was, aan de kant. Strijken was de enige manier waarop ze wat geld kon verdienen, maar ze had genoeg gestreken voor vandaag. Haar benen waren opgezet van het lange staan. De kinderen, Ankie en Richard, bladerden in een oud versleten prentenboek. Wat zou er van hen terechtkomen, als vader niet terugkeerde? Toen ze met z’n drieën een kopje thee gedronken hadden, was het tijd voor de kinderen om naar bed te gaan. Ze knielden samen neer voor het bed om te bidden voor hun vader. Hun vader die zoveel dronk en zo ongelukkig was.

‘Lieve Here Jezus zegen ons en voorál onze vader. Laat  hij toch alstublieft bij ons  terugkeren en bij ons blijven. Amen.’

Iedere avond waren het dezelfde woorden. Zou onze lieve Here God  hun gebed verhoren? Ankie en Richard werden naar bed gebracht. Toen moeder terugkeerde van hun slaapkamer, was alles weer stil. Buiten nam de wind toe. Er was een behoorlijke bui op komst. Over enkele dagen zou het  vaderdag zijn…

Toen moeder hieraan dacht, werden haar ogen vochtig. De eerste keer vaderdag zonder haar man, zonder vader. Vurig verlangde ze naar het mooiste geschenk, dat voor hen bestond, datgene, waarvoor ze iedere avond zo vol vertrouwen baden. Het klokje sloeg negen…tien uur… toen ging ook moeder slapen.

Vaderdag brak aan…. De regendruppels tikten op het dak. Moeder tuurde naar buiten. Haar blik gleed langs de weg, die naar het dorp leidde. Het slaan van het klokje deed haar opschrikken uit haar gepeins. Langzaam kroop de tijd voorbij en het werd avond. Zij nam een boek en las de kinderen een Bijbelverhaal voor over de verloren zoon en met bevende stem las ze:

lukas 15-01 Er is een man met twee zonen. De jongste zoon komt op een dag naar zijn vader toe en zegt “Pa, als u later sterft, krijgen mijn broer en ik ieder de helft. Geef mij nu maar vast mijn deel. Ik wil weg hier, de wijde wereld in. Ik wil eens van het leven genieten.” Natuurlijk vindt vader dat helemaal niet leuk om te horen. Hij wil zijn zoon graag bij zich houden. De jongste zoon blijft volhouden. Even later pakt hij zijn spullen bij elkaar en gaat weg. Vader kijkt hem nog een lange tijd na…

 

In een ver land blijft de jongste zoon logeren. Hij heeft het prima naar zijn zin. Hij doet waar hij zin in heeft. Dat kost hem wel veel geld, maar hij heeft geld van zijn vader meegenomen. Hij kan leven als een prins en dat doet hij ook!

Totdat… hij op een dag zijn portemonnee pakt. Hij ziet tot zijn schrik dat er niets meer in zit! Zijn geld is op. En daarmee houdt ook de pret op. Zijn ‘vrienden’ willen opeens zijn vriendjes niet meer zijn. Zijn vriendinnetjes zijn niet meer lief voor hem. Ze laten hem allemaal in de kou staan. Tot overmaat van ramp raakt het eten in dat verre land ook op. Er komt hongersnood. Wat nu? De jongste zoon moet maar werk gaan zoeken. Dat valt tegen, want dat is hij niet meer gewend.

lukas 15-02Tenslotte kan hij werk krijgen bij een boer. Daar moet hij op de varkens passen. Nou, wat een naar baantje vindt hij dat. Er zit niets anders op. En weet je wat het ergste is? Hij moet de varkens eten geven, maar zelf wil hij ook wel van dat voer. Zo’n honger heeft hij! Maar niemand geeft hem ook zelfs maar een hapje varkensvoer. Nu gaat de jongste zoon voor het eerst eens goed nadenken over vroeger. Thuis heeft hij het altijd goed gehad. Zelfs de knechten van zijn vader hebben meer dan genoeg te eten. En hij zit nu te verhongeren!

 

O, wat is hij dom geweest door van huis weg te gaan! De tranen staan in zijn ogen. “Ik wil naar huis!”, denkt hij: “Weet je wat? Ik ga terug! Ik ga terug naar vader en zal zeggen dat ik spijt heb.” De jongste zoon begrijpt best, dat hij verkeerd heeft gedaan door weg te lopen. Hij verdient niet dat vader hem nog als een zoon zal behandelen. Hij denkt diep na en krijgt een plan. Ja, dat zal hij doen! Hij zal vragen of hij een knecht mag worden. Dan kan hij misschien terug komen. Daar gaat hij, op weg naar huis. Zou hij welkom zijn? Al is het maar als knecht…

lukas 15-03Aan de weg voor het huis staat een man. Hij kijkt, een hand boven zijn ogen om ver te kunnen zien. Hoe vaak heeft die man daar al gestaan? Vaak, heel vaak. Wie is die man en waar kijkt hij naar? Het is vader en hij wacht op zijn zoon. Zal zijn verloren zoon nog eens terugkomen?Kijk eens, daar komt iemand aan. Hé, wie is dat? Zou… zou dat zijn jongen zijn? Ja, hij is het! Het kan niet missen! Zijn zoon komt terug! Vader holt hem tegemoet. Hij omarmt zijn jongste zoon en geeft hem een kus. Zo blij is hij dat zijn kind weer thuis komt! “Vader…”, begint de jongste zoon: “Ik heb verkeerd gedaan door weg te gaan. Ik verdien het niet dat u mij nog een zoon noemt.”

 

lukas 15-04Hij wil nog meer zeggen, maar er zit een brok in zijn keel. Hij moet huilen. Van verdriet en blijdschap tegelijk. Van verdriet om het verkeerde dat hij gedaan heeft. Van blijdschap omdat het wel heel fijn is om weer thuis te zijn! En wie had gedacht dat vader blij zou zijn! Luister eens wat vader zegt: “Breng eens mooie kleren voor mijn zoon. In deze versleten kleren kan hij niet blijven lopen. Haal ook een mooie ring en nieuwe schoenen. En maak een heerlijke maaltijd klaar. We gaan feestvieren, want mijn zoon was verloren maar hij is nu weer thuis!” En zo gebeurt het. Het feest begint!

 

Maar… er is ook nog een andere zoon: de oudste. Waar is hij? Is hij ook bij het feest? Nee, hij heeft vandaag op het land van zijn vader gewerkt. Nu hij thuiskomt, hoort hij de muziek.

 

Het feest is in volle gang! “Hé jij daar, kom eens hier. Wat is daar aan de hand?”, vraagt hij een beetje nors aan een knecht. “Er is feest omdat je jongste broer weer gezond en wel teruggekomen is.”, antwoordt de knecht. “Feest? Moet daar feest voor gevierd worden?”, vraagt de oudste zoon boos. “Die deugniet is toch zelf weggelopen? Hij moest een pak rammel hebben!” De oudste zoon wil niet naar binnen. Hij blijft buiten staan. Hij feest niet mee.  Kijk, daar komt zijn vader naar buiten. Hij loopt naar zijn oudste zoon toe en legt een hand op zijn schouder. “Kom jongen, ga mee naar binnen. We vieren feest omdat je jongste broer er weer is.”

“Luister eens, vader. Ik doe al heel lang mijn best voor u. Ik werk hard op de boerderij. Toch heeft u voor mij nog nooit een feestje gegeven. Maar nu komt deze deugniet thuis, die weggelopen is en uw geld verspild heeft, en nu is het opeens feest!” De oudste zoon trekt er een boos gezicht bij. Vader kijkt hem een beetje verdrietig aan en zegt: “Maar jongen, jij bent toch altijd bij me? Wat van mij is, is ook van jou! En nu moet het feest zijn, want je broer is terug. Hij was verloren, maar ik heb hem weer terug!”

Dit verhaal staat in de bijbel in Lukas 15. De Here Jezus heeft het verteld. Hij wil ons er iets mee leren. Jij en ik zijn net als die verloren zoon: we zijn bij God weggelopen en doen verkeerde dingen. Maar uit dit verhaal weten we dat God op ons wacht en dat we bij Hem welkom zijn! We mogen terug naar huis, naar God. Hij wil ons omarmen en blij met ons zijn! God is goed, ook voor deugnieten. Ook voor jou! Kom jij ook terug naar huis, bij God?

Ankie en Richard zuchten als het verhaal is afgelopen. Wat moeten ze heel sterk aan hun eigen vader denken. Ze herinneren  zich steeds de avond, dat vader vloekend verdween. Maar ze hoorden in dit verhaal hoe de vader van de verloren zoon steeds voor hem bleef bidden. Toen knielden ze neer, voor hun bed en vroegen aan de Here God om om te zien naar hun vader. Middenin hun gebed werden ze opgeschrikt door een ongewoon geluid. Een vogel buiten, die naar voedsel zocht…? Doch neen, het geluid werd sterker. Het leek wel of er iemand om het huisje liep. Angstig grepen de kinderen moeders schort vast. Plotseling hoorden ze een zacht  getik op de deur. Op moeders wangen rolde een traan…. Zou het waar zijn…? Met trage stappen liep ze naar de deur met de kinderen achter haar aan. Met bevende handen verwijderde  ze de grendel en trok de deur zachtjes open.

In het schamele licht van de lamp stond een man, vermagerd, met ruige baard en terneergeslagen ogen. Plots barstte hij in snikken uit. Het enige antwoord was een drievoudig : “Vader!”.  “ Ik heb het verknald vrouw, ik weet dat ik geen tweede kans verdien, maar vergeef me en geef me de gelegenheid om goed te maken wat ik verkeerd heb gedaan. Ik beloof dat ik niet meer zal drinken en goed voor jullie zal zorgen.” Wat waren moeder en de kinderen blij.

Misschien heb jij ook een vader die van huis weggelopen is om welke reden dan ook. Misschien maakt het je  verdrietig en kan je er niet met je moeder over praten. Aan de Here God kun je alles vertellen en Hem vragen voor papa te zorgen waar hij ook is. God hoort je en zal Hem precies  geven wat hij  nodig heeft.

En…  misschien komt hij ook weer thuis!!

 

– Lydia Esser

 

Comments are closed.